F=ma

Théâtre National

7, 9, 11, 12/05 – 20:30
8/05 – 22:00
NL with parts in EN > FR

Carly Wijs has already appeared on stage at the Kunstenfestivaldesarts, performing notably in RUHE , üBUNG and The Notebook . But this year the Brussels-based theatre- maker will present her first creation, inspired by A Moonlit Night by Ismail Kadare, the Albanian writer who has already been tipped for the Nobel Prize for Literature. His novella tells the story of a woman who becomes the victim of a whispering campaign that takes on staggering proportions. The book, which first appeared in Albania in 1985, was immediately banned because the authorities saw in it a critique of the communist regime. For Carly Wijs, however, the book is firstly about beauty and mystery, and about how small events can have grave consequences. In her earlier projects, Carly Wijs always started out from the text. This time, however, she focuses on the impact of the physical space on the development of a story and the dramaturgy of a performance. Architecture is central in this performance, hence Wijs’ collaboration with architect Peter Swinnen of 51N4E. Beauty and mystery, in a subtle exploration of space inside and outside theatre.

Concept
Carly Wijs in collaboration with Robby Cleiren & 51N4E

With
Carly Wijs, Robby Cleiren, Rasmus Ölme

Scenography
51N4E

Technics
Benjamin Timmermans

Presentation
Kunstenfestivaldesarts, Théâtre National de la Communauté française

Production
Exiles (Brussels)

Coproduction
Kunstenfestivaldesarts

Supported by
51N4E

Back to top

F=ma

De mooiste vergelijking die staat voor ordening, rigiditeit, eenvoud en onontkoombaarheid is F=maWiskundig gezien kan het niet eenvoudiger. Als je ergens tegen duwt dan reageert dat door te bewegen. Hoe harder je duwt des te sterker de reactie. Het beschrijft zoveel van onze wereld. Een rots die van een heuvel afrolt. Hoe er bij het ineenstorten van stofwolken genoeg material bij elkaar komt om een min of meer bolvormige massa te vormen die we een planeet noemen. Waarom de maan en de zon getijden veroorzaken. Waarom de aarde op de evenaar iets meer uitpuilt dan de rest. Al die zaken komen voort uit die ene simpele vergelijking. F=ma: kracht is massa maal versnelling.

Carly Wijs, voor deze productie werk je samen met het architectencollectief 51N4E die hun bureau genoemd hebben naar de geografische coördinaten van Brussel. Hoe kom je bij hen terecht?

Met één van hen, Peter Swinnen, werkte ik eerder samen aan een project van beeldende kunstenaars Kathleen Vermeiren en Ronny Heiremans, The Good Life, een film die ze voor het Arnolfini-huis in Bristol maakten. Ik was daar al onder de indruk van zijn manier van kijken naar gebouwen. Ik kan met een gerust hart zeggen dat ik door hem Brussel op een heel andere manier bekijk. Als ik nu door de stad loop volg ik de gebouwen, het stratenplan, de avenues en de assen die de stad zijn vorm geven. Ik herken de wijken van veraf en kan nu de stad als het ware omarmen.

Ik heb hem gevraagd om een ruimte te ontwerpen die de voorstelling zal sturen en dwingen in de manier van vertellen. Het idee was om de ruimte eerder dan de tekst als uitgangspunt te nemen voor de vertelling. 51N4E voegt daar hun visie op architectuur en ruimte aan toe: “We zijn bezig met de ruimte tússen de muren, niet met de muren”, zo omschrijft Johan Anrys, een van de andere partners van 51N4E het. Op dit moment gaan we nog alle kanten op. Het zou kunnen dat het decor bestaat uit alleen maar licht, of uit de ruimte tussen de muren, en dat zijn wij. Dus misschien komt er niet eens een decor. Dat zou wel extreem zijn, maar ook wel grappig.

Maar bovenal vonden we een connectie in dit project door Albanië. Ik wou iets doen met het boek Maannacht van de Albanese schrijver Ismail Kadare en 51N4E bouwt op dit moment in Albanië, zo werken ze onder andere aan een grote toren (diegene die je op de foto in de brochure van het Kunstenfestivaldesarts kan zien). Bovendien hebben ze een prijsvraag gewonnen om het Skanderbergplein opnieuw in te richten, samen met de Albanese videokunstenaar Anri Sala. Ook dat project zal binnenkort gerealiseerd worden. Ze kennen dus het land, hebben in hun werk te maken met de volksaard van de Albaniërs en dat is voor mij, in het werken aan de toneelversie, van onschatbare waarde gebleken.

Hoe heb je het werk van Ismail Kadare leren kennen?

Het eerste boek dat ik van Kadare las, was De Brug met Drie Bogen[1], dat ik in een goedkope uitgave kocht en daarna meteen las. En daarna heb ik alles gelezen wat in het Nederlands verschenen is. Ik moet toegeven dat ik de laatste jaren niet meer zo’n trouwe lezer ben geweest, maar daar is met het werken aan dit project alweer verandering in gekomen. En ik zou iedereen aanraden hetzelfde te doen: lees de boeken van Ismail Kadare!

Wat sprak je er in aan?

Het is heel Albanees en gaat dus in pricipe over het ‘andere’, het exotische, maar dat is niet wat je bijblijft na het lezen van zijn boeken. Je herkent jezelf er overduidelijk in ondanks dat het verhaal zich in de Balkan regio afspeelt. Vaak ook nog eens in een hele andere tijd: het Ottomaanse rijk, de tijd van Skandeberg. Maannacht is één van zijn weinige boeken die zich in de moderne tijd afspeelt – weliswaar 25 jaar geleden, maar toch. Je hebt het gevoel dat je het ‘andere’, die onbekende wereld leert kennen, maar tegelijkertijd herken je dat ‘andere’ zeer goed. Hij maakt dat heel universeel, omdat hij toch vooral over de mens schrijft. Dat vind ik zo sterk in zijn werk.

Bovendien situeert hij zijn verhalen doorgaans in een andere tijd: de middeleeuwen, het Ottomaanse rijk, ... Maannacht[2] is één van de enige boeken die zich in de moderne tijd afspeelt – weliswaar 25 jaar geleden, maar toch. Je hebt het gevoel dat je het ‘andere’, die onbekende wereld, leert kennen, maar tegelijkertijd herken je dat ’andere’ zeer goed. Hij maakt dat heel universeel, omdat hij toch vooral over de mens schrijft. Dat vind ik zo sterk in zijn werk.

Waarom baseer je je voor een voorstelling net nu op één van zijn boeken ?

Dertien jaar geleden was ik al bezig met de bewerking van de roman Maannacht. Op de één of andere manier was ik er erg door geraakt, terwijl ik het vooral ook een humoristische roman vond. Het gaat voortdurend over geruchten, roddels, vetes, ... dat soort bovenmenselijke machinaties waar de mens blijkbaar geen invloed op heeft. Iets wordt in beweging gezet en het begint een eigen leven te leiden. De steen is gaan rollen en wat je ook probeert, hij kan alleen nog maar de berg af. Er staan in dat boek scènes met een zeer hoog kafka-gehalte die ook heel theatraal zijn. Toch was het bewerken ervan niet zo makkelijk als ik dacht. De kracht van literatuur zit toch vaak in de innerlijke beschouwingen, de lange uitweidingen over een bepaalde gedachte. Op het toneel heb je een heel duidelijk ‘nu-moment’ nodig. Er is wel ruimte voor enige reflectie, maar zo ruim als in een boek maak je het nooit waar op een toneel. En die wet van Newton vond ik een prachtige metafoor voor dat boek. In het licht van hoe Kadare zijn roman eindigt, vond ik dat wel aardig. Ik ga alleen niet verklappen hoe dat einde is.

Jij werkt al jaren met collectieven als De Roovers, De Onderneming, STAN. Maar nu dus met je eigen vzw Exiles. Waarom?

Hoewel je in een collectief de ruimte krijgt om je stem te laten horen, kan je er moeilijk je eigen project realiseren. Je wordt gevraagd om mee te werken als deel van hun idee: er wordt je nooit gevraagd wat je zélf wil doen. Dit is de eerste keer dat ik mijn eigen werk maak onder mijn eigen naam en daar is die vzw een vehikel voor. De voorstellingen die ik zelf maakte, hadden heel simpele vormen zoals bij Wat is denken? en Niemand kan het. Dat heeft in de eerste plaats te maken met het budget. Heel kleine projecten kan je zelf en alleen doen. Ik had wel een schrijfsubsidie gekregen voor één van die producties, maar verder draaide het zuiver op uitkoopsommen. Het waren dus eigenlijk vrije producties.

Hoe zou je de vzw Exiles omschrijven?

Niet als een collectief. Choreograaf en danser Rasmus Ölme is er wel bij, maar hij heeft ook zijn eigen gezelschap Refuge. Ik gebruik Exiles gewoon om af en toe een eigen productie te maken. We kozen de naam ‘Exiles’ omdat ik ooit met Robby Cleiren, Rasmus Ölme en Wanja Rovisco Exiles van James Joyce wilde doen, maar we kregen de rechten niet. Maar vanaf 2012 komen de rechten vrij en misschien kunnen we er dan eindelijk mee aan de slag. Dan kunnen we onze naam eindelijk eer aan doen...

Robby Cleiren blijft consequent terugkeren als partner-in-crime?

Robby is mijn theaterechtgenoot. Na een week repeteren verzuchten we beiden telkens: “Ik word hier zo gelukkig van.” We verschillen geregeld van mening en we zijn echt heel anders, maar toch is hij mijn soul mate (zielsverwant) in het theater. We houden van dezelfde dingen. We zitten te snotteren bij een mooi gedicht, maar nemen dat allemaal ook weer niet te serieus, inclusief onszelf. En we zijn allebei erg lui als het er op aan komt de vloer op te gaan. Maar daar zijn er gelukkig meer van in het theater: heel lang de tafel met een handje blijven vasthouden. In dit geval is het eng om met Ramus samen te werken, want dansers beginnen bij de vloer, terwijl wíj daar eindigen. Bovendien gaan we nu met een quasi definitieve tekst aan de repetities beginnen. Ik heb de bewerking en de vertaling gemaakt. Er zal nog wel veel veranderen in de repetitieperiode, maar de basis is er toch al en dat zijn we eigenlijk niet gewend. Normaal doen we dat samen.

Wat is de rol van de dans en Rasmus Ölme in deze voorstelling?

Rasmus doet mee als maker en als speler. We hopen dat hij ons veel zal leren over bewegen. Het is niet onze bedoeling om een dansvoorstelling te maken, maar we willen in deze productie een sterker bewustzijn van de ruimte.Hij komt er dus in de eerste plaats bij als ‘maker’, en dat betekent dat we hem eerder vragen om ons terrein te betreden dan om op zijn terrein te blijven.

Je hebt het bewust over ‘theater maken’ en niet over ‘acteren’.

Ja, omdat dat twee verschillende dingen zijn. Als ik in een project van een regisseur stap, voel ik mij een actrice. Daar blijf ik wel denken aan het groter geheel, maar je voert toch vooral uit. Bij ‘theater maken’ volgt het acteren uit wat je voor de voorstelling bedacht hebt. De manier van uitdiepen en de wijze waarop ik iets speel, is daar een logisch gevolg van. Tegenover een regisseur word je minder aangesproken op je denken, eerder op je doen. Dat is fijn als die regisseur fijn is. Maar als je staat te ‘doen’ voor iemand die geen idee heeft van waar hij mee bezig is, lijkt me de prostitutie altijd een betere manier om aan mijn geld te komen. Niet mogen denken en heel veel moeten ‘doen’ in het luchtledige is voor mij echt hoe ik me de hel voorstel.

En toch zou ik mijzelf ook beperken door altijd als maker op het podium te willen staan. Door met een ander te acteren, leer je ook wel veel, al voelt het dan een beetje zoals leren op een middelbare school. Het blijft meestal een – weliswaar vaak interessante – opgave.

Welk beeld heb jij van Albanië?

Het beeld dat ik van Albanië heb was tot voor kort sterk getekend door de literatuur van Kadare. Kadare ísAlbanië. Maar ik heb onlangs Tirana bezocht en dat heeft mijn beeld behoorlijk aangescherpt. Johan Anrys die het project in Tirana opvolgt, was mijn gids. Toen ik het boek had gegeven aan 51N4E was de reactie na lezing ervan dat het toch vooral over Albanië moest gaan, terwijl ik de voorstelling juist uit die context weg wilde hebben en er een universeler verhaal van wilde maken. Nadat ik Albanië bezocht heb, denk ik toch dat ze gelijk hebben. Albanië is de pijn in het werk van Kadare en zonder die context is Maannacht te veel een komedie. Wat ik na twee dagen Tirana allemaal meen te hebben gezien is natuurlijk heel kort door de bocht, maar mijns inziens lijkt het land te verkeren in een soort nationale psychose. De laatste 20 jaar van het regime van Hoxa zijn ze letterlijk afgesneden geweest van de buitenwereld. In de eerste 20 jaar was er nog contact met of Rusland of later China. Maar op het eind zelfs dat niet meer. Alles was dus mogelijk want er was geen contact met een realiteit buiten Albanië. Dat creëert een heel speciale manier van overleven. Alles draait om het hebben van contacten. Hoeveel geld je kunt betalen. Er zijn wel wetten, maar die worden per definitie omzeild. Was je hier niet goed in, dan liep je het risico gevangen te worden gezet om de meest absurde redenen, als gevolg van de meest waanzinnige roddel. Die angst is met het verdwijnen van de muur weggevallen, maar de economische malaise is zo groot dat dezelfde vaardigheden als onder Hoxha nog steeds nodig zijn om te kunnen overleven. Alleen gaat het nu létterlijk om overleven: genoeg geld hebben om eten te kopen. Je kunt je afvragen of dat een verbetering is en, gegeven de geschiedenis van Albanië, is dat toch wel een heel zure constatering.

Interview door Karlien Vanhoonacker
April 2010


[1] Vertaald naar de geautoriseerd Franse vertaling door Henne Van der Kooy, Van Gennep, Amsterdam 1985

[2] Maannacht, vertaald door Jacqueline Sheji, Van Gennep, Amsterdam 1994

Back to top

Carly Wijs (°1966) was born in Amsterdam, but she is living and working in Brussels. She graduated at the Maastricht Toneel Academie in 1990 and worked as a film, theatre and television actress. Her first performance in Belgium was Het liegen in ontbinding (1992), directed by Guy Cassiers and featuring Dirk Roofthooft. Since 1993, Wijs has been performing for various Belgian theatre companies, among which the Nederlands Toneel Gent, De Onderneming and De Roovers. Carly Wijs has performed several times as an actress at the Kunstenfestivaldesarts, in RUHE (2007), üBUNG (2001) and Het Dikke Schrift (2000), to name a few productions. More recently Carly has been focusing on creating rather than on acting. To get her own creations off the ground, she joined forces with Rasmus Ölme and founded Exiles . Carly Wijs is currently working as a drama student tutor at the Brussels Rits institute.

Back to top